© Publicatiedatum: 15 november 2024
WERKPAKKETTEN ▼
Werkpakket 1: Fenomenologie
Over de fenomenologische reductie
In het eerste werkpakket wordt het conceptueel raamwerk uiteengezet waarbinnen de derde on(der)ontwikkelde fenomenologische reductie uit Sein und Zeit plaatsheeft, zowel op methodologisch als inhoudelijk vlak. Dat wil zeggen dat niet alleen de heideggeriaanse methode onderwerp van onderzoek is, maar ook de inhouden die op basis van deze methode worden gethematiseerd. Iets dat overigens niet zo tweeledig is als het lijkt: nadat is nagegaan hoe de heideggeriaanse zich van de husserliaanse methode onderscheidt, wil ik de heideggeriaanse methode concretiseren door te demonsteren hoe Heidegger vanuit de passieve reductie van het kapotgaan van gereedschap de wereldlijke orde van alledaagse praktijken inzichtelijk maakt, en vanuit de stemming van angst eenieders individuele existentie. Vervolgens moet in contrast met zowel de eerste als de tweede reductie, de eigen aard en thematische reikwijdte van de derde reductie worden vastgesteld. Mijn voorlopige hypothese luidt dat deze derde reductie een hybride is tussenbeide, aangezien ‘rouwig gestemd worden door de dood van de ander’ gelijk de eerste reductie te maken heeft met de schending van een zijnde binnen de wereld, maar gelijk de tweede reductie met de stemming van het zijnde dat wij zelf zijn. En is het niet waarschijnlijk dat deze derde reductie, omwille van zijn hybride karakter, inhouden van onze werkelijkheid in zicht brengt die niet eerder fenomenologisch gethematiseerd zijn? In het licht hiervan kan mijn onderzoek echter onmogelijk om Levinas heen: zijn fenomenologie beroept zich eveneens op verschillende passieve reducties die Heidegger niet heeft uitgewerkt, laat staan gezien, om nieuwe inhouden aan de heideggeriaanse fenomenologie toe te voegen. Dit moet bestudeerd worden om twee redenen: enerzijds om ervan te leren en ideeën over te nemen, anderzijds om mijn eigen fenomenologisch project kritisch van het zijne te onderscheiden. Naast primaire werken van Husserl, Heidegger en Levinas, worden ook secundaire studies aangaande de methoden van deze auteurs meegenomen in dit fenomenologisch onderzoeksdeel (bijv. Burggraeve 1986, Marion 1989, Visker 2005; 2007, Heeffer 2010, Sealey 2010, Theodorou 2015).
☑ Output WP-1: Het eerste hoofdstuk van het proefschrift, met de volgende provisionele subhoofdstukken:
• 1.1. Van reductie naar ruptuur Heideggers kritiek op Husserl
• 1.2. De eerste ruptuur Defect en leefwereld
• 1.3. De tweede ruptuur Angst en existentie
• 1.4. De derde ruptuur Overlijden, rouw en … ?
• 1.5. Van dualiteit naar dialectiek Levinas’ kritiek op Heidegger
Werkpakket 2: Thanatologie
Over de ervaarbaarheid van de dood
In het tweede werkpakket komt de ervaring van de dood van de ander oftewel een naast overlijden centraal te staan als een fenomenologische reductie, als een ruptuur, aan de hand waarvan het wezen van de dood kan worden onderzocht. Thanatologie, het onderzoek naar het wezen van de dood, behoort tot een van de eerste disciplines van de wijsbegeerte: de klassieke idee is dat zij die in staat zijn filosofisch te doordenken wat de dood in wezen is, serener leren leven en sterven (vgl. bijv. Socrates en Epicurus). Binnen de fenomenologie zijn Heidegger en Levinas de meest prominente beoefenaren van thanatologie, maar als fenomenologen gaan zij allereerst uit van de ervaring, niet van het denken. Dat wil zeggen dat beiden naar ervaringen zoeken op grond waarvan het wezen van de dood kan worden verstaan. Heidegger zet in op angst, Levinas op pijn, maar wat opvalt, is dat zij zulke ervaringen allebei benaderen zoals deze zich voordoen in het afziende subject zelf en niet zoals deze zich voordoen bij anderen. Wie door de angstige of creperende ander casu quo stervende beroerd wordt, leert volgens hen niets (nieuws) over het wezen van de dood. Zij onderstrepen dat alleen de eigen ervaring van respectievelijk angst of pijn die mogelijkheid biedt. Welnu, het is deze aanname die ik in dit thanatologische onderzoeksdeel kritisch wil examineren en mogelijk verwerpen. Ik ben namelijk van mening dat Heidegger en Levinas het geraakt worden door de dood van de ander onvoldoende serieus nemen als fenomenale toegangsweg tot het wezen van de dood, niet omdat dit geen goede toegangsweg zou zijn, maar omdat de thanatologie bij hen, gelijk de klassieke idee, impliciet in dienst blijft staan van een serener leven – bij Heidegger ‘eigenlijker’ – bij Levinas ‘onzelfzuchtiger’. Bijgevolg denk ik dat het loslaten van de klassieke idee dat inzicht in de dood zelftransformatief moet zijn, er voor kan zorgen dat de ervaring van een naast overlijden een fenomenaal aanknopingspunt biedt om het wezen van de dood te doorgronden in een nieuwe al dan niet aanvullende zin. Ik baseer mij in dit onderzoeksdeel niet alleen op thanatologische teksten van Heidegger en Levinas zelf, maar ook over hen, veelal in vergelijking (bijv. Dastur 1994, Han 2002, Cohen 2006, Visker 2007). Eveneens put ik uit andere fenomenologische en filosofische studies van de dood in het algemeen en de dood van de ander in het bijzonder (bijv. De Beauvoir 1963, Jankélévitch 1966, Scherer 1979, Han 1998, Kaupinnen 2000, De Visscher 2007, Camilleri 2008, Ettema & Wobbes 2011, Sternad 2012, Canetti 2016).
Werkpakket 3: Post-psychologie
Over de stemming van rouw
In het derde werkpakket wordt de fenomenologische reductie, ingezet door de ervaring van de dood van de ander, verder ontplooit. Ditmaal niet om vanuit deze ruptuur in te gaan op het wezen van de dood, maar op het rupturerende of ontstemmende van deze ervaring zelf. Specifieker gaat het hierbij om een stemmingswisseling die resulteert in rouw, om een rouwig gestemd worden door eenanders dood. Deze heideggeriaanse analyse van de stemming van rouw vindt echter pas plaats in de laatste sectie van dit post-psychologische onderzoeksdeel, tegen de achtergrond van de hieronder toegelichte drie andere secties. In de eerste sectie moet duidelijk worden hoezeer Heideggers stemmingsleer verschilt van psychologische benaderingen van stemmingen, gevoelens, emoties, enzomeer (vgl. Heidegger 1959-69, Ricoeur 1965, Pocai 1996, Han 1996, Ferreira 2002, Hadjioannou 2019, Withy 2024). In de tweede sectie worden de psychologische benaderingen onderzocht die concreet over de stemming van rouw gaan. Dit komt neer op een studie van Freuds notie van rouwarbeid en diens receptiegeschiedenis (vgl. Freud 1917, Worden 1982, Klass et al. 1996, Kübler-Ross & Kessler 2005, Leader 2008, Allouch 2012, Cauwe 2019, Grigg 2022). In de derde sectie wordt de huidige fenomenologie van rouw geanalyseerd (vgl. DuBose 1997, Jacobson 2014, Keeping 2014, Ratcliffe 2016; 2017; 2019; 2020; 2021; 2023; & Bryne 2022; & Richardson 2023, Fuchs 2018; 2019, Brinkmann 2020, Køster 2020, Winther-Lindqvist 2020, Kofod & Køster 2022, Ter Haar & Smid 2024) om minstens twee redenen: (i.) om aan te tonen dat deze fenomenologische studies rouw over het algemeen primair freudiaans zijn blijven opvatten als een verliesverwerkingsproces, zij het weliswaar meer impliciet en minder psychocentrisch. En (ii.) om de, desalniettemin potentieel relevante, fenomenologische inzichten over rouw te indexeren en daaropvolgend mee te nemen in de heideggeriaanse analyse van de stemming van rouw. In het licht van de volgende twee werkpakketten is het echter noodzakelijk om alvast weg te geven dat een stemming bij Heidegger altijd gelijkoorspronkelijk samengaat met een verstaan: elk verstaan is een gestemd verstaan en evenzo manifesteert met de rouw een bepaald verstaan of ‘wereldontwerp’.
Werkpakket 4: Ethiek
Over het ethisch appel van de (overleden) ander
Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit, sed do eiusmod tempor incididunt ut labore et dolore magna aliqua. Ut enim ad minim veniam, quis nostrud exercitation ullamco laboris nisi ut aliquip ex ea commodo consequat.
Werkpakket 5: Liturgiek en sociale ontologie
Over funeraire riten en symbolische wereldlijkheid
Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit, sed do eiusmod tempor incididunt ut labore et dolore magna aliqua. Ut enim ad minim veniam, quis nostrud exercitation ullamco laboris nisi ut aliquip ex ea commodo consequat.
